Top 10 similar words or synonyms for schokbreker

ruppiaceae    0.734589

vleesvork    0.733438

seiderschotel    0.732929

verdringerpomp    0.731057

smoorklep    0.728388

homiliet    0.726700

büchenwald    0.726551

draadspanner    0.723367

stormbord    0.722263

glandularis    0.721601

Top 30 analogous words or synonyms for schokbreker

Article Example
Schokdemper Een schokdemper, of schokbreker is een apparaat dat onder meer in de wielophanging van een voertuig zit om de werking van de vering te dempen. Daarom is de naam "veertrillingsdemper" eigenlijk beter op zijn plaats.
Hydropneumatisch Het gas in de veerbol wordt sterker samengedrukt als de auto beladen wordt of over een hobbel rijdt, waarbij de olie (een vloeistof en dus niet samendrukbaar) slechts het overdrachtsmiddel is om de kracht, die door de wielophanging op de plunjer wordt uitgeoefend, over te brengen op het membraan in de bol. Door een vernauwing aan de onderzijde van de veerbol wordt het de olie wat bemoeilijkt om heen en weer te stromen waardoor de schokdemping wordt gerealiseerd zodat een afzonderlijke schokbreker niet nodig is.
Veneraprogramma Voor het ontkoppelen van de lander werd deze eerst (door een systeem aan boord van de orbiter) gekoeld tot onder het vriespunt, waarna eenmaal op Venus aangekomen een intern koelsysteem ervoor zorgde dat de lander het een uurtje of twee uithield. Tijdens de afdaling door de Venusiaanse atmosfeer mat men extreem hoge versnellingen, vervolgens gebruikte de lander parachutes die weer werden afgeworpen. Het laatste gedeelte van de afdaling remden landers uit de zwaardere serie af middels een horizontale schijf bovenaan het vaartuig. Door de dichte atmosfeer dwarrelde de bol als het ware naar beneden. Een vervormbare landingsring deed dienst als schokbreker om de laatste klap op te vangen.
Venera 9 Op een hoogte van 65 km openden de drie hoofdparachutes zich. Deze werden afgeworpen op 50 km hoogte. De verdere daling vond plaats door aerodynamische afremming, door middel van een grote horizontale schijf bovenaan de lander. Door de extreem hoge luchtdruk op Venus van 90 bar, viel de sonde niet als een baksteen, maar meer als een dwarrelend blad naar beneden. Onder de sonde zat een landingsring die tevens dienstdeed als schokbreker en vervormde door de kracht van de landing. De uiteindelijke daalsnelheid bedroeg tenslotte 6 à 8 meter per seconde (tussen 21,6 en 28,8 km/u). Hierna wierp "Venera 9" de beschermkappen over de TV-camera af, klapte de dichtheidsmeter naar het oppervlak en schakelde het boordinstrumentarium in.
Triceratops De neusbeenderen bepalen voor een belangrijk deel de vorm van de verlengde snuit. De normale groeve waarin de neusgaten liggen, de "fossa narialis", vormt een grote ovale uitholling. Vooraan ondersteunt die een uniek kenmerk van de Ceratopia, het door Marsh ontdekte en benoemde "os rostrale", een snavelvormig been op de punt van de snuit dat bij leven met een overeenkomende hoornsnavel bedekt moet zijn geweest. De praemaxilla die van bovenaan door de "fossa narialis" uitgehold wordt en daarin een vrij groot premaxillair venster heeft, is zelf tandeloos. Schuin onder het neusgat bevindt zich daarachter de korte, hoge en driehoekige tandendragende maxilla. Daarin staan zesendertig tot veertig tanden, afhankelijk van de leeftijd. Bovenop groeien de neusbeenderen uit in een kleine neushoorn, ofschoon ook wel is gedacht dat dit een apart element zou zijn. Naar achteren lopen ze via de voorhoofdsbeenderen, die geplooid een secundair schedeldak vormen, over in de prefrontalia. Bij sommige exemplaren van "T. horridus" is een fontanel aanwezig, een onvolledige plooiing waardoor een doorgang ontstaat naar de holte tussen beiden schedeldaken. Het dubbele schedeldak kan gediend hebben als schokbreker voor de hoorns. Aan beide zijden van de prefrontalia vormen de achterranden van de oogkassen, de postorbitalia, de grote wenkbrauwhoorns, die van onderen hol zijn en bij het levende dier verlengd waren door een hoornschacht. Deze lopen weer geleidelijk over in het nekschild, waarvan de buitenranden gevormd worden door de squamosa en het binnenste derde deel door de wandbeenderen. Het schild heeft een hol profiel en is vrij dik. Tussen beide elementen bevinden zich de spleetvormige bovenste slaapvensters waardoor spieren van de bovenkant van het schild naar de onderkaken kunnen lopen. Deze spieren zijn niet verankerd aan de randen van hogere gaten in het schild, zoals bij de meeste ceratopiden. Terwijl de snuit erg smal is, verbreed het nekschild zich naar achteren toe zodat van bovenaf bezien de schedel een driehoekige vorm heeft. De bolle achterrand van het nekschild is bezet door een kartelrand bestaande uit een reeks kleine driehoekige beenderen; ook deze zijn nieuwvormingen die geen deel uitmaken van het eigenlijke skelet maar huidverbeningen ofwel osteodermen zijn, die Marsh de epoccipitalia doopte, hoewel ze niet op het occiput staan, zoals Hatcher kritiseerde. Ze zijn niet bij alle exemplaren aanwezig.