Top 10 similar words or synonyms for coburgs

othelhildis    0.414610

ermke    0.409634

wallenstein    0.408876

bogislaws    0.398331

hohenlo    0.396529

widukind    0.393606

stamhertogdom    0.393472

leclercs    0.388747

kerkstaat    0.386767

jazdów    0.385256

Top 30 analogous words or synonyms for coburgs

Article Example
Ridderorden in Bulgarije Nadat de laatste koning in 1945 werd afgezet hebben de Saksen-Coburgs, titulair koningen van Bulgarije, enkele van de oude orden als Huisorde aangehouden:
Jan Van den Berghe bij De Bezige Bij 'De stoeterij van Europa'- De Coburgs en hun klim naar de macht.Zijn meest recente boek, 'Vergeten Vrouwen' - Een tegendraadse kroniek van België verscheen in september 2016 bij Uitgeverij Polis.
Thierry Debels Vervolgens publiceerde hij "Het verloren geld van de Coburgs", met een Franse vertaling onder de titel 'L'argent de nos rois', opnieuw bij Editions Jourdan. Eind maart 2012 verscheen het boek 'Prins Laurent, rebel met een reden' bij Houtekiet. Het boek belandde op plaats 3 van de top 10 non-fictie van Knack.
Franse veldtocht in de Nederlanden Tijdens de winter hergroepeerden beide kampen. Versterkingen werden vanuit Groot-Brittannië getransporteerd om de Coalitielinie te verstevigen. In het Oostenrijkse leger werd Coburgs stafchef Hohenlohe vervangen door Karl Mack von Leiberich. Begin 1794 telde het geallieerde veldleger iets meer dan 100.000 man. Het leeuwendeel van de troepen was gelegerd tussen Doornik en Bettignies, met beide flanken verder verlengd met kleine buitenposten en cordons tot aan de Maas aan de linkerkant en het Kanaal aan de rechterkant. Tegenover hen stond het Armée du Nord, nu onder bevel van Jean-Charles Pichegru, dat inmiddels behoorlijk was aangegroeid door dienstplichtigen dankzij de levée en masse. De gecombineerde sterkte van het Armée du Nord en het Armée des Ardennes (exclusief garnizoenen) was 200.000, bijna twee keer zoveel als Coburgs troepenmacht.
Franse veldtocht in de Nederlanden Hoewel het geallieerde front intact bleef, zou de Oostenrijkse toewijding aan de oorlog steeds verder verzwakken. De Pruisen stonden al op het punt om zich uit de oorlog terug te trekken vanwege vermeende Oostenrijkse dubbelhartigheid in Beieren. De keizer werd sterk beïnvloed door zijn buitenlandminister Thugut, voor wie politieke overwegingen altijd voorgingen op militaire plannen. In mei 1794 was hij gefixeerd op het profiteren van de Derde Poolse Deling, met als gevolg dat troepen en generaals van Coburgs bevel werden ontheven om in Galicië te worden ingezet. Mack nam verontwaardigd ontslag als stafchef op 23 mei en werd vervangen door Christiaan August van Waldeck-Pyrmont, een bondgenoot van Thugut. In een Hofkriegsrat op 24 mei riep keizer Frans II op tot een stemming over terugtrekking en ging toen terug naar Wenen. Alleen de hertog van York stemde tegen de terugtrekking.
Franse veldtocht in de Nederlanden Thuguts negatieve invloed wordt beschouwd als een van de meest beslissende factoren voor het verlies van de veldtocht, misschien wel belangrijker dan Tourcoing en Fleurus. Het besluit om terug te trekken werd genomen ondanks nieuws over grote winsten op de zuidflank. Op 24 mei verrasten de Pruisen onder Möllendorf de Fransen in de slag bij Kaiserslautern, terwijl op dezelfde dag Coburgs linkervleugel onder Franz Wenzel von Kaunitz-Rietberg, na bij Grandreng aan de Samber een aanval te hebben afgeslagen, had teruggestoten en de Franse rechtervleugel bij Erquelinnes helemaal ingemaakt. Toen de noordelijke flank voorlopig was gestabiliseerd, verplaatste Coburg troepen zuidwaarts om Kaunitz te ondersteunen, die prompt ontslag nam zodra hij vervangen werd door Oranje. Pichegru profiteerde vervolgens van de verzwakking van de geallieerde noordelijke sector om opnieuw in het offensief te gaan en het Beleg van Ieper te beginnen. Een reeks slordige en ineffectieve tegenaanvallen van Clerfayt in heel juni werden allemaal afgeweerd door Souham.
Franse veldtocht in de Nederlanden Begin april kwamen de bondgenoten bijeen te Antwerpen voor overleg over hun strategie tegen Frankrijk. Coburg was een weifelend leider en hij had gehoopt dat hij de oorlog kon beëindigen door diplomatie met Dumouriez. Hij vaardigde zelfs een proclamatie uit waarin hij verklaarde dat hij de 'bondgenoot was van alle vrienden van orde en alle veroveringsplannen in naam van de Keizer afzwoer', die hij echter meteen weer moest intrekken op last van zijn politieke meerderen. De Britten wensten Duinkerke als schadevergoeding voor de oorlog en stelden voor dat ze Coburgs veldtocht zouden steunen zolang de Oostenrijkers hun politieke plannen voor Duinkerke zouden steunen. Coburg stelde uiteindelijk voor dat ze omstebeurt Condé en Valenciennes zouden aanvallen en daarna optrekken tegen Duinkerke.
Franse veldtocht in de Nederlanden Door het verlies van de Oostenrijkse steun, viel de hele campagne in het water. Geen van de andere Coalitiepartners had voldoende troepen in het strijdperk om de Franse opmars te stuiten. Ze begonnen zich noordwaarts terug te trekken en ontruimden Brussel (op 11 juli veroverd door Pichegru). Jourdan zette de gehele Oostenrijkse linie onder druk met herhaalde acties in de vroege julidagen en spoorde Coburgs aftocht naar Tienen en verder aan, terwijl York terugviel op de Dijle. Hoewel ze officieel nog steeds onder Oostenrijkers bevel stonden, waren de Nederlandse en Engels-Hannoverse troepen nu afgesneden; zij bereidden zich nu voor om de Republiek te beschermen. Mechelen viel op 15 juli, Antwerpen werd op de 24e geëvacueerd, op dezelfde dag als de hertog van York de Nederlandse grens bij Roosendaal overstak, terwijl de Oostenrijkers de Maas bij Maastricht overstaken. Drie dagen later bezette Pichegru Antwerpen. Ondertussen nam Jourdan Namen op 17 juli en Luik op 27 juli, waarmee voor de derde keer sinds 1789 een einde aan het Prinsbisdom werd gemaakt, deze keer definitief. De sloop van de Sint-Lambertuskathedraal, in revolutionaire ogen het symbool van klerikale macht en onderdrukking, werd aangevangen.
Franse veldtocht in de Nederlanden De aankomst van York en Knobelsdorff versterkte Coburgs slagkracht tot ongeveer 90.000 man, hetgeen hem in staat stelde om tegen Valenciennes op te treden. Op 23 mei voerde Yorks Engels-Hannoverse strijdmacht voor het eerst strijd in de slag bij Famars. De Fransen, nu onder leiding van François Joseph Drouot de Lamarche, werden teruggedreven in een gecombineerde operatie die de weg vrijmaakte voor het beleg van Valenciennes. Het bevel over het Armée du Nord werd overgedragen op Adam Philippe, Comte de Custine, die in 1792 successen had geboekt aan de Rijn. Custine had echter tijd nodig om het gedemoraliseerde leger te hergroeperen en viel terug op de vesting Camp de César nabij Bohain. Het kwam tot een patstelling toen Custine zich niet sterk genoeg voelde om aan te vallen en de geallieerden zich richtten op het belegeren van Condé en Valenciennes. Condé viel tenslotte op 10 juli, Valenciennes op 28 juli. Custine werd op 16 juli teruggeroepen naar Parijs, gearresteerd vanwege zijn falen en op 28 augustus geguillotineerd. Zijn opvolger, de Ierse Charles Edward Jennings de Kilmaine, werd op 7 augustus verslagen in de slag om Camp de César, eveneens gearresteerd voor zijn wanprestatie, maar hij ontkwam aan de guillotine.